Schoolopdrachten

“Mocht iemand mij iets vragen, wist ik van niks”

Voor school had ik een interview met mijn opa, Jan van der Wenden. Hij is 80 jaar en woont samen met zijn vrouw Annie in Hoogeveen. Van 1943 tot 1945 heeft mijn opa onderduikers in zijn huis gehad. Ik ben heel benieuwd wat hij hierover te vertellen heeft en hoe hij de onderduikers heeft ervaren.

U heeft onderduikers in uw huis gehad, hoeveel kunt u er nog van herinneren?

“Van het begin van de oorlog niet zoveel. Ik was twee jaar toen de oorlog in Nederland uitbrak. De laatste 2,5 jaar van de oorlog hebben we onderduikers gehad, daarvan kan ik me nog redelijk veel herinneren.”

 

Hoeveel onderduikers waren er in uw huis?

“Wij hadden twee onderduikers in ons huis. De eerste onderduiker was mijn oudste broer, Henk, die kwam in 1943 bij ons onderduiken. Ik zelf was toen vijf jaar. Een half jaar later kwam er een tweede onderduiker. Dit was Hert Fokker, een onbekende voor ons. Hert zat eerst gevangen in Kamp Vught, maar zijn vader was bevriend met prins Bernhard en kreeg Hert er daardoor via prins Bernhard en voormalig burgemeester van Den Haag, jonkheer van Karnebeek, uit. Mijn oudere zus woonde in een boerderij dat op land stond dat eigendom was van jonkheer van Karnebeek en zodoende kwam jonkheer van Karnebeek bij mijn zus, met de vraag of Hert bij hen kon onderduiken. Doordat de schoonvader van mijn zus dement was en daardoor niet te vertrouwen was, kwam Hert al na een week bij ons.

 

Kunt u zich de exacte plek nog herinneren waar de onderduikers onderdoken?

“Ja. We hadden een schuilkamer boven de slaapkamer. Het bed stond op knikkers en als er dan onraad zou komen, dan werd dat bed aan de kant gerold en een zijkant openschoven waar ze dan in konden duiken.”

 

Hoe zat het met de buren? Wisten jullie buren van de onderduikers af, was dat ook voor hen een geheim?

“Onze naaste buren waren de enige die wisten dat wij onderduikers in huis hadden. Zij kwamen namelijk veel bij ons en ze liepen altijd via de achterdeur naar binnen, waardoor mijn ouders het hen eigenlijk wel moesten vertellen. Als mijn buurman dan bij ons kwam, dan wilde hij mij uithoren. Dan vroeg hij: “Jan, wie waren dat toch gister, die twee mannen in de tuin?” Dit deed hij om mij te testen, om te kijken of ik het zou doorvertellen.”

Hebben jullie thuis een goed gesprek over het geheimhouden gehad? En was u zich bewust van de gevolgen?

 “Ja, dat is er zeker goed ingeprent. Mocht iemand mij iets vragen, wist ik nergens van af. Ik was me ook wel bewust van de gevolgen. Het werd er wel ingepeperd. Dan zeiden ze: “Denk erom, want anders wordt je vader meegenomen.” Ja, die angst was er wel. Ik denk dat ik daarom ook nooit de neiging heb gehad om het aan vriendjes te vertellen.

 

Hoe was het contact met Hert na de oorlog?

 “Nou, na zo’n anderhalf jaar onderduiken werd Hert verliefd op mijn zus. Na de oorlog zijn zij, in 1948, ook getrouwd en hebben ze samen elf kinderen gekregen. Het contact is dus altijd gebleven.

Wat voor invloed hebben de onderduikers gehad op uw jeugd?

 “Je mocht nooit iets vertellen over je gezin, je moest alles heel geheim houden, dat heb ik later als negatief ervaren. Dat is best lastig voor een kind.”

 

Stel dat er een oorlog zou uitbreken, zou u erover nadenken om onderduikers in uw huis te nemen?

 Dat is wel een gewetensvraag, hè? Ik weet het niet… Ik vind het wel heldhaftig wat mijn ouders gedaan hebben. Ik neig er wel naar toe om ja te zeggen, maar ik weet niet zeker of ik het gedaan had.”

 

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De inhoud van deze site is gemaakt door een student van Landstede Zwolle
Copyright © 2019 Landstede Zwolle - Disclaimer & legal